Home Archief SIGNALERINGEN januari-februari 2011

    SIGNALERINGEN januari-februari 2011

    Deelname aan arbeidsrehabilitatieprojecten verbetert cognitief functioneren en negatieve symptomen significant bij personen met schizofrenie
    In vergelijking met 'gezonde' personen wordt geschat dat 80 per cent van de personen met schizofrenie ook problemen op cognitief gebied heeft. In deze Braziliaanse RCT werd gekeken wat de effecten op het cognitieve functioneren zijn van het deelnemen aan een arbeidsrehabilitatie-programma. Twee groepen stabiele schizofrene patiënten – de interventiegroep (n=47) met een begeleide stage in bedrijven van 6 maanden vs. de controlegroep (n=44) op de wachtlijst - werden vóór de interventie én na 6 maanden gemeten met de Wechsler Adult Intelligence Scale III (WAIS III), de Stroop Color-Word Test, de Wisconsin Card Sorting Test en de PANNS. Het blijkt dat de interventiegroep significant verbeterde op de cognitieve maten die uitvoerende cognitieve functies meten, zoals conceptualiseren, flexibiliteit, hoofd –en bijzaken kunnen onderscheiden, het vermogen om te oordelen en het vermogen om kritiek te geven. Ook namen de negatieve symptomen significant af en nam de kwaliteit van leven bij deze groep toe. Dus het louter deelnemen aan een intensieve maatschappelijke activiteit leidde tot verbeteringen op cognitief gebied.
    Soares Bio S & Farid Gattaz W (2011). Vocational rehabilitation improves cognition and negative symptoms in schizophrenia. Schizophrenia Research 126 (1-3), 265-269.
    Trefwoord: Werken

    Ervaringsdeskundigen kunnen gunstige invloed hebben op de behandeling van psychiatrische patiënten in psychiatrische crisisopvang
    In dit Amerikaanse artikel wordt de ontwikkeling, de implementatie en de eerste ervaringen beschreven van een op herstel principes gebaseerd progamma waarbij ervaringsdeskundigen aan de staf van een crisisdienst worden toegevoegd en specifieke taken krijgen om de opname van de patiënten in acute crisis te verlichten. Het betreft een crisisinterventie eenheid van een psychiatrische afdeling van een academisch ziekenhuis. Het beschreven Peer Support Program is in 2001 gestart. De rol van de ervaringsdeskundigen is o.a. het ondersteunen van de opgenomen patiënten en de communicatie tussen de patiënten en de klachtencommissie vereenvoudigen. De ervaringsdeskundigen krijgen een training, worden gewoon betaald en zijn onderdeel van de staf. Uit een voorlopige evaluatie blijkt dat de ervaringsdeskundige medewerker de opgenomen patiënt effectief kan helpen om de ziekenhuisregels te leren begrijpen, dat de patiënten met meer waardigheid en meer respect voor hun rechten worden behandeld en dat de traditionele hulpverleners meer begrip krijgen voor de patiënten. Dit is zinvol werk voor in herstel zijnde psychiatrische patiënten.
    Migdole S, Tondora J, Silva MA, Barry AD, Milligan JC, Mattison E, Rutledge W & Powsner S. (2011). Exploring New Frontiers: Recovery-Oriented Peer Support Programming in a Psychiatric ED. American Journal of Psychiatric Rehabilitation 14 (1), 1-12.
    Trefwoord: Werken

    Supported-Employment deelnemers zien veel bezwaren tegen het implementeren van de Circles of Support-methode
    Personen met een psychiatrische achtergrond die weer aan het werk willen komen nemen vaak deel aan Supported-Employment projecten. Het wordt aangenomen dat een goed sociaal netwerk de kans op het vinden en behouden van werk doet toenemen. De Circle of Support-methode is binnen de verstandelijke gehandicaptenzorg ontwikkeld ter optimalisering van het natuurlijke sociale netwerk. De Circle of Support (CoS) wordt door de cliënt zelf bijeengeroepen en bestaat meestal uit familieleden, vrienden en buren die iets voor de ‘focuspersoon’ willen betekenen. In deze Amerikaanse studie werd geïnventariseerd welke barrières door hulpverleners en cliënten worden ervaren ten aanzien van het invoeren van CoS. De data werden verzameld door middel van semi-gestructureerde interviews (hulpverleners) en focusgroepen (cliënten). Slechts enkele van de deelnemers hadden zelf aan een CoS-bijeenkomst deelgenomen. De volgende barrières kwamen naar voren: het organiseren van een CoS kost te veel tijd; de cliënten willen niet in het middelpunt staan; cliënten denken geen controle over de bijeenkomst te kunnen uitoefenen. Sommigen vinden het tegennatuurlijk, of willen niet dat iedereen die ze kennen elkaar ontmoeten. Toch werden enkele in de CoS-methode gebruikte technieken –zoals mapping- door velen wel nuttig gevonden.
    Spagnolo AB, Dolce JN, Roberts MM, Murphy AA, Gill KJ, Librera LA & Lu W (2011). A Study of the Perceived Barriers to the Implementation of Circles of Support. Psychiatric Rehabilitation Journal 34 (3), 233-242
    Trefwoord: Werken

    IPS is voor alle subgroepen met een psychische stoornis de meest effectieve interventie voor het vinden en behouden van regulier betaald werk
    Individual Placement and Support (IPS) heeft zich bewezen als een effectieve interventie. Toch bestaat er nog onduidelijkheid of alle type cliënten het beste af zijn met IPS. In deze Amerikaanse meta-analyse worden de data van vier RCT's naar de effectiviteit van het IPS-model (n=307) in vergelijking met andere vormen van 'begeleid werken' (n=374) samengevoegd om te kijken welke subgroepen met een ernstige psychische stoornis het meest profiteren van evidence-based supported employment. Op de uitkomstmaten vinden van regulier betaald werk, totaal aantal weken gewerkt en de lengte van de periode waarin gewerkt werd scoort IPS significant hoger dan de andere vormen van begeleid werken. Er werden 14 subgroepen onderscheiden naar werkgeschiedenis – kort of lang- demografische kenmerken –leeftijd, sekse, etniciteit, opleiding, burgerlijke staat, uitkering, thuisloosheid- en klinische variabelen – primaire diagnose, symptomen volgens BPRS, drugsmisbruik, opname in afgelopen jaar. Alle effectmetingen waren voor alle subgroepen gunstiger voor de deelnemers aan de IPS-interventie.
    Campbell K, Bond GR & Drake RE (2011). Who Benefits From Supported Employment: A Meta-analytic Study. Schizophrenia Bulletin 37 (2), 370-380.
    Trefwoord: IPS en SE

    IPS-cliënten die begeleid blijven door arbeidsbegeleiders houden hun werk langer
    Het is standaard in het Individual Placement and Support (IPS)-protocol opgenomen dat de arbeidsbegeleiders, na een intensieve begeleiding in de beginperiode van het regulier betaald werk, ook nog na een jaar regelmatig contact hebben met de cliënt. Er is evenwel nog geen gericht onderzoek gedaan om te checken of die contacten na één jaar effectief zijn. In dit Amerikaanse onderzoek werden 142 IPS-cliënten twee jaar gevolgd nadat ze met een baan begonnen waren. Alle contacten tussen de IPS-arbeidsbegeleiders en de cliënten zijn verzameld. Er blijkt een duidelijk verband tussen de gemiddelde frequentie van het contact met een arbeidsbegeleider en het totaal aantal maanden dat in de follow-up periode van twee jaar werd gewerkt. In deze studie waren die contacten gemiddeld 1, 33 per maand. Het op een bescheiden wijze blijven begeleiden van IPS-cliënten blijkt dus vruchtbaar.
    Bond GR, Kukla M (2011). Impact of Follow-Along Support on Job Tenure in the Individual Placement and Support Model. Journal of Nervous & Mental Disease. 199 (3), 150-155.
    Trefwoord: IPS en SE

    Duidelijke indicatie dat het volgen van hoger onderwijs de kans op vinden van regulier betaald werk doet toenemen voor psychiatrische patiënten
    In de VS zijn er verschillende wetten om de discriminatie van mensen met een stoornis tegen te gaan in allerlei sectoren van de samenleving: Rehabilitation Act (1973), Individuals with Disabilities Education Act (IDEA, 1975) en de Americans with Disabilities Act (ADA, 1990). Op federaal niveau worden er Arbeidsrehabilitatie programma's aangeboden. Informatie over iedereen die zo'n programma volgt wordt in een database bijgehouden. Met behulp van die data wordt in dit artikel onderzocht of er een verband bestaat tussen het aangeboden krijgen en het volgen van de hoger onderwijs en de arbeidsuitkomsten voor personen met een psychiatrische stoornis. Hiervoor werden de data van het fiscale jaar 2007 geanalyseerd. Het was al duidelijk dat personen met een psychiatrische stoornis die vóórdat ze de stoornis kregen al hoger onderwijs (hadden) genoten vaker werk vonden. Uit dit onderzoek komt naar voren dat degenen die in hun arbeidsrehabilitatie-traject (n=195.460) gelegenheid kregen en namen om hoger onderwijs te volgen 33 per cent meer kans hebben om na één jaar regulier betaald werk te hebben dan degenen die dat niet deden. Het stimuleren van begeleid leren kan deze doelgroep ondersteunen om een hoger onderwijs opleiding succesvol af te sluiten.
    Boutin DL &. Accordino MP (2011). Importance of Collegiate Training for Vocational Rehabilitation Consumers with Psychiatric Disabilities. American Journal of Psychiatric Rehabilitation, 14 (1), 76-95.
    Trefwoord: Leren

    Respect opbrengen voor de cliënt in herstel wordt als de belangrijkste competentie gezien waarover een GGZ-hulpverlener moet beschikken
    GGZ-hulpverleners hebben invloed op het herstelproces van hun cliënten: ze kunnen hoop en empowerment stimuleren óf afhankelijkheid en hopeloosheid bevorderen. In deze Amerikaanse studie worden eerst 37 competenties voor GGZ-hulpverleners geformuleerd waarvan gedacht wordt dat ze hoop en empowerment stimuleren. Via een internet survey werden drie groepen benaderd om de relevantie van die 37 competenties voor het herstel proces te scoren: GGZ-cliënten (n=603), ervaringsdeskundige GGZ-hulpverleners (n=153) en reguliere GGZ-hulpverleners (n=239). Opmerkelijk is dat de respondenten van de drie groepen het erover eens zijn dat bepaalde competenties belangrijker zijn dan andere. Dit geldt voor de competenties: echt respect hebben voor de cliënt; bij de cliënten de ontwikkeling van coping strategieën stimuleren; de cliënt als een persoon kunnen zien, los van zijn diagnose. Het opbouwen van een positieve band met de persoon van de cliënt is belangrijk voor een gunstig herstelproces.
    Russinova Z, Rogers ES, Langer Ellison M & Lyass A (2011). Recovery-Promoting Professional Competencies: Perspectives of Mental Health Consumers, Consumer-Providers and Providers. Psychiatric Rehabilitation Journal 34 (3), 177-185.
    Trefwoord: Herstel

    Hulpverleners die een training over recovery (herstel) hebben gevolgd geloven meer in herstelvermogen van cliënten
    In dit Amerikaanse cross-sectionele onderzoek werd gekeken of er een verband is tussen het gevolgd hebben van een training door hulpverleners (n=318) over recovery (herstel) van cliënten, zoals IMR, WRAP, IDDT of ACT, en de houding ten opzichte van en opvatting over herstel van diezelfde hulpverleners. Bij de hulpverleners van vier Community Mental Health Centers werden vragenlijsten afgenomen over hoe ze over zichzelf denken (m.b.v. de Life Orientation Test-Revised), hoe ze over hun cliënten denken (m.b.v. de Consumer Optimism Scale) en hoe ze denken over de herstelgerichtheid van hun instelling (m.b.v. de Recovery Self-Assessment). Ook werd geïnventariseerd wat voor recovery trainingen er gevolgd waren. Het lijkt erop dat de hulpverleners die hersteltrainingen hebben gevolgd veel positiever denken over de herstelmogelijkheden van hun cliënten en ook binnen hun instelling een gerichtheid op het realiseren van levensdoelen bij de cliënten waarnemen. Bijscholing van hulpverleners in de principes van herstel lijkt zinvol. Omdat hulpverleners invloed hebben op het herstelproces van hun cliënten is dit van belang.
    Tsai J, Salyers MP & McGuire AB (2011). A Cross-Sectional Study of Recovery Training and Staff Attitudes in Four Community Mental Health Centers. Psychiatric Rehabilitation Journal 34 (3), 186-193.
    Trefwoord: Herstel

    Aanwijzing dat op herstel gerichte hulpverlening tot betere uitkomsten bij cliënten leidt
    Om de recovery-principes breder geaccepteerd te krijgen is het van belang om aan te tonen dat als deze in de hulpverlening worden toegepast ze ook effect sorteren. In deze cross-sectionele, grootschalige Canadese studie wordt empirisch onderzocht of er een verband is tussen de mate waarin 79 ACT-teams hun hulpverlening baseren op herstel-principes en de uitkomsten op cliëntniveau. De mate van hersteloriëntatie werd vastgesteld met de Recovery Self-Assessment (RSA) schaal door cliënten (n=1400), familieleden (n=241), teammanagers (n=66), hulpverleners (n=518). De uitkomsten werden verzameld met behulp van de Toolkit for Measuring Psychosocial Rehabilitation Outcomes (PSR). Het blijkt dat de correlaties tussen RSA-scores en PSR-uitkomsten per groep verschilt. De enige significante correlatie bij de cliënten was die tussen meer respect geven aan cliënt (= een recovery-principe) en goede uitkomsten op werkniveau. Bij de hulpverleners waren er meer significante correlaties: tussen het meer betrekken van de cliënt bij de hulpverlening (= een recovery-principe) en minder opnamedagen en grotere deelname aan begeleid leren. Er zijn dus aanwijzingen dat het toepassen van herstel-principes door ACT-teams tot gunstige uitkomsten kan leiden.
    Kidd SA, George L, O'Connell M, Sylvestre J, Kirkpatrick H, Browne G, Odueyungbo AO & Davidson L (2011). Recovery-Oriented Service Provision and Clinical Outcomes in Assertive Community Treatment. Psychiatric Rehabilitation Journal 34 (3), 194-201.
    Trefwoord: Herstel

    Deelname aan de zelf-management interventie WRAP heeft positief effect op psychiatrische symptomen en gevoelens van hoop
    Het Wellness Recovery Action Plan (WRAP) is een Amerikaans zelf-management programma op basis van een handboek, speciaal ontwikkeld om personen met een psychiatrische stoornis in hun herstel-proces bij te staan. Men leert er interne en externe bronnen te identificeren om herstel beter mogelijk te maken, om vervolgens deze bronnen voor de ontwikkeling van een individueel zelf-management plan te gebruiken. WRAP–groepen bestaan uit 4 tot 12 deelnemers en komen 8 tot 12 keer wekelijks zo’n twee uur bij elkaar. Er is ondersteuning van een ervaringsdeskundige en een hulpverlener. In dit artikel wordt verslag gedaan van een quasi-experimenteel onderzoek om de effecten van WRAP te meten. Bij de experimentele groep (n=58) en de controlegroep (n=56) werden voor en na WRAP, en na 6 maanden de volgende lijsten afgenomen: Modified Colorado Symptom Index, de State Hope Scale en de Recovery Markers Questionnaire (RMQ). Het blijkt dat bij de experimentele groep na 6 maanden de psychiatrische symptomen significant zijn afgenomen en de hoop significant is toegenomen. Bij de controlegroep waren er geen veranderingen. WRAP is een veelbelovende interventie.
    Fukui S, Starnino VR, Susana M, Davidson LJ, Cook K, Rapp CA & Gowdy EA (2011).Effect of Wellness Recovery Action Plan (WRAP) Participation on Psychiatric Symptoms, Sense of Hope, and Recovery. Psychiatric Rehabilitation Journal 34 (3), 214-222.
    Trefwoord: Herstel

    Voor psychiatrische patiënten is het verstandig leren omgaan met geld een voorwaarde om zelfstandig in de samenleving te kunnen functioneren
    In de VS krijgen 2,7 miljoen psychiatrische patiënten een sociale uitkering (SSA benefit); 1 miljoen van hen krijgt dat geld via een vertegenwoordigende begunstigde (payee). De redenen waarom de GGZ-patiënten het geld niet zelf krijgen kunnen zijn: dan kunnen ze geen alcohol of drugs kopen; ze kunnen niet met geld omgaan wegens cognitieve stoornis; ze hebben nog weinig op zichzelf gewoond; ze geven zeer veel geld uit als ze psychotisch of depressief worden. In deze Amerikaanse beschouwing wordt eerst duidelijk gemaakt hoe belangrijk geld en het beheren van geld is voor psychiatrische patiënten, om vervolgens met op herstel-principes gebaseerde voorstellen te komen om de psychiatrische patiënten beter met geld te leren omgaan. Er zijn nog geen studies over interventies om psychiatrische patiënten te leren omgaan met geld. De auteurs geven aan hoe hulpverleners vanuit de herstelprincipes hun cliënten kunnen leren beter met geld om te gaan. Het gaat dan om 1. Meer kennis bijbrengen over hoe sociale uitkeringen werken; 2. Basisvaardigheden over simpele budgeteringsmethoden trainen; 3. Trainen en begeleiden hoe ze familie en/of vrienden die financieel misbruik van hen maken beter van zich af kunnen houden.
    Elbogen EB, Tiegreen J, Vaughan C, Daniel W. Bradford (2011).
    Money Management, Mental Health, and Psychiatric Disability: A Recovery-Oriented Model for Improving Financial Skills. Psychiatric Rehabilitation Journal 34 (3), 223-231.
    Trefwoord: Herstel

    Angst bij cliënten en onkunde bij hulpverleners belangrijke barrières voor niet opsporen huiselijk geweld bij GGZ-cliënten
    Omdat slachtoffers van huiselijk geweld vaak psychische stoornissen krijgen, zijn cliënten die in behandeling zijn vaker slachtoffer van huiselijk geweld dan niet-cliënten. In de Britse statistieken wordt gerapporteerd dat ongeveer 25 per cent van de vrouwen slachtoffer van een vorm van huiselijk geweld is. In deze Britse cross-sectionele, semi-gestructureerde interview studie wordt gepoogd om te weten te komen hoe het komt dat het onderwerp huiselijk geweld moeilijk bespreekbaar wordt in cliënt-behandelaar contacten, en hoe dit kan worden verbeterd. Hiertoe werden GGZ-cliënten die slachtoffer van huiselijk geweld waren (n=16) én hulpverleners (n=20) uitgebreid geïnterviewd. Uit de interviews komt naar voren: 1. de GGZ-cliënten aarzelen om het over huiselijk geweld te hebben omdat ze bang zijn voor de gevolgen ervan, zoals het mogelijk ingrijpen van de Sociale Diensten, of dat hun kinderen mogelijk uit huis worden geplaatst, of dat het geweld zal toenemen, of gevoelens van schaamte weerhoudt hen ervan; 2. De hulpverleners brengen het onderwerp niet ter sprake omdat ze vinden dat dit onderwerp niet bij hun rol als hulpverlener hoort, of omdat ze vinden dat ze te weinig verstand van dit onderwerp hebben. Beide groepen vinden dat een voorwaarde om het onderwerp aan te snijden is dat er een ondersteunende en vertrouwensband is tussen de cliënt en de hulpverlener.
    Rose D, Trevillion K, Woodall A, Morgan C, Feder G & Howard L (2011). Barriers and facilitators of disclosures of domestic violence by mental health service users: qualitative study. British Journal of Psychiatry 198 (3), 189-194.
    Trefwoord: Stigma

    Nationaal kunst- en filmfestival kan stigma ten opzichte van psychiatrische patiënten positief beïnvloeden
    Een van de doelen van het Schotse Mental Health Arts and Film Festival uit 2007 was het versterken van een positieve houding ten opzichte van personen met een psychische stoornis bij de bezoekers. Het festival bestond uit 31 events: tentoonstellingen, debatten, filmvertoningen, documentaires, concerten , multimediale events en toneelstukken. Met behulp van kwalitatieve en kwantitatieve methoden werden 20 verschillende events geëvalueerd, in totaal 415 bezoekers namen aan evaluaties deel. Bij tien events werd een vragenlijst vóór en na de events afgenomen. Het bleek dat enkele multimediale events, waarbij goede uitleg over achtergrond van psychische problemen aan de orde kwam, het stigma bij de bezoekers significant afnam. Daarentegen bleek een documentaire over een schizofrene musicus het stigma te doen toenemen. Bij een groot deel van de festivalbezoekers wijzigde de houding ten opzichte van stigma niet. Enkele tips van de auteurs voor het organiseren van anti-stigma festivals: voornamelijk positieve kanten van personen met psychische problemen belichten; geen beelden van gewelddadige patiënten laten zien zonder duidelijke context; ervaringsdeskundigen in de organisatie betrekken; veel ruimte inplannen voor dialoog met publiek.
    Quinn N, Shulman A, Knifton L & Byrne P (2011).
    The impact of a national mental health arts and film festival on stigma and recovery. Acta Psychiatrica Scandinavica 123 (1), 71-81.
    Trefwoord: Stigma

    Stigma Resistance (SR) kan apart gemeten worden bij patiënten met schizofrenie en correleert positief met gevoel van eigenwaarde
    In deze Oostenrijkse studie (n=157) werd met behulp van de Internalized Stigma of Mental Illness (ISMI) Scale onderzocht of Stigma Resistance (SR), opgevat als de ervaring om weerstand te bieden aan of niet geraakt worden door stigmatiserende houdingen in de samenleving, als een apart fenomeen gemeten kan worden. SR blijkt een apart construct te zijn dat door de vijf SR-items binnen de ISMI goed in beeld kan worden gebracht. Van de onderzochte 157 deelnemers bleek meer dan tweederde een hoge SR-score te hebben. Een hoge SR-score correleert positief met een hogere mate van zelfvertrouwen, meer ervaren empowerment en een hogere kwaliteit van leven alsmede met een sociaal netwerk met meerdere vrienden, alleen of getrouwd zijn –maar niet gescheiden- en in ambulante behandeling zijn. Het tegengaan van de negatieve invloed van stigma kan óók tot stand worden gebracht door gerichte therapeutische interventies met als doel het verhogen van Stigma Resistance (SR) – Weerstand tegen Stigma- bij individuele patiënten met schizofrenie..
    Sibitz I, Unger A, Woppmann A, Zidek T & Amering M (2011). Stigma Resistance in Patients With Schizophrenia. Schizophrenia Bulletin 37 (2), 316-323.
    Trefwoord: Stigma

    Laatst aangepast (dinsdag 10 mei 2011 14:06)